Hoe bereken je de werkgeverslasten: wat kost een werknemer in 2026?
Een uur werk kostte een Nederlandse werkgever in 2025 gemiddeld 47,90 euro, waarvan 11,80 euro bovenop het loon. Zo reken je de werkgeverslasten uit voor je eigen vacature.
Door Joena Ruchtie, Co-Founder
Een werknemer kost meer dan zijn brutoloon. Volgens Eurostat kostte een gewerkt uur in Nederland in 2025 gemiddeld 47,90 euro, waarvan 11,80 euro bovenop loon en vakantiegeld, gemeten in bedrijven buiten de landbouw en het openbaar bestuur. Dat is ruim 32 cent op elke euro loon. Zo bereken je de werkgeverslasten voor je eigen vacature.
Hoeveel werkgeverslasten komen er op het brutoloon?
Het brutoloon is het vertrekpunt, maar niet wat je betaalt. Daar komt eerst het vakantiegeld bij: volgens de Rijksoverheid minimaal 8 procent van het brutoloon. Alleen bij een loon boven drie keer het minimumloon mag je schriftelijk afspreken dat het lager is of vervalt.
Daarna komen de premies die je als werkgever zelf betaalt. Die houd je niet in op het loon; de loonbelasting en de premies volksverzekeringen wel, en die zijn dus geen kosten voor jou. De Belastingdienst noemt voor 2026 deze percentages:
WW-premie (AWf). 2,74 procent als de werknemer een schriftelijk contract voor onbepaalde tijd heeft dat geen oproepcontract is. In alle andere gevallen 7,74 procent. Een tijdelijk contract kost je dus vijf procentpunt meer premie.
Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). 6,27 procent voor een kleine werkgever en 7,63 procent voor een middelgrote of grote. Klein ben je in 2026 als je totale premieplichtige loon over 2024 niet hoger was dan 1.082.500 euro.
Werkhervattingskas (Whk). Die verschilt per sector en staat op je beschikking. Voor kleine werkgevers loopt hij in 2026 van 0,76 procent in het verzekeringswezen tot 6,63 procent bij uitzendbedrijven.
Ufo-premie van 0,68 procent, een opslag voor de kinderopvang van 0,50 procent en de werkgeversheffing Zvw van 6,10 procent.
Al die premies reken je over het loon inclusief vakantiegeld, tot het maximumpremieloon van 79.409 euro per jaar. Wat iemand daarboven verdient, kost je geen extra premie meer.
Wat kost een personeelslid per maand?
Een rekenvoorbeeld voor 2026: een medewerker met 4.000 euro bruto per maand, een vast contract en een kleine werkgever. Het jaarloon is 48.000 euro, het vakantiegeld 3.840 euro. Over die 51.840 euro betaal je 1.420 euro WW-premie, 3.250 euro Aof-premie, 353 euro Ufo-premie, 259 euro opslag kinderopvang en 3.162 euro werkgeversheffing Zvw. Dat is 8.445 euro aan premies.
Samen met het vakantiegeld komt er 12.285 euro bovenop het brutoloon, 25,6 procent. De medewerker kost je in dit voorbeeld 60.285 euro per jaar, of ruim 5.020 euro per maand. Met een tijdelijk contract stijgt dat met ruim 2.590 euro per jaar, het verschil tussen de lage en de hoge WW-premie.
Het gemiddelde van Eurostat ligt hoger, omdat daar ook de pensioenpremie, de Whk-premie en andere kosten in zitten die per werkgever verschillen. Reken die dus zelf mee.
Welke kosten vergeet je bij het berekenen?
De pensioenpremie staat in je pensioenregeling of in de cao, en het deel dat jij als werkgever betaalt verschilt per fonds en regeling. Vraag het werkgeversdeel op bij je fonds of verzekeraar en tel het op.
Dan ziekte. Volgens de Rijksoverheid betaal je bij ziekte twee jaar lang minstens 70 procent van het loon door, en in het eerste jaar minstens het minimumloon. Dat zit niet in de premies, dus reserveer er iets voor of verzeker het.
Verder is er de vrije ruimte van de werkkostenregeling: in 2026 mag je 2 procent van de fiscale loonsom tot 400.000 euro onbelast besteden aan vergoedingen en verstrekkingen, en 1,18 procent over het meerdere. Daarboven betaal je 80 procent eindheffing. Reiskosten, een laptop of een kerstpakket lijken klein, maar tellen op.
En dan de werving zelf. Een vacature die maanden openstaat kost ook geld; hoe je die rekensom maakt, staat in onze businesscase voor RPO. Wat een kandidaat echt laat kiezen, lees je in arbeidsvoorwaarden die tellen.
Wat vragen werkgevers ons over werkgeverslasten?
Is loonbelasting een werkgeverslast?
Nee. Je houdt de loonbelasting en de premies volksverzekeringen in op het brutoloon en draagt ze af aan de Belastingdienst, maar het is het geld van de werknemer. Ze bepalen het nettoloon, niet wat de medewerker jou kost. De werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw betaal je wel zelf, bovenop het brutoloon.
Wanneer betaal ik de hoge WW-premie?
Bij elk contract dat niet schriftelijk voor onbepaalde tijd is, en bij een oproepcontract. Heeft een vaste kracht een contract van gemiddeld 30 uur per week of minder en krijgt hij in een jaar meer dan 30 procent meer uren uitbetaald dan afgesproken, dan betaal je achteraf alsnog de hoge premie. Bewaar het getekende contract bij je loonadministratie, anders kun je de lage premie niet onderbouwen.
Kost een jonge medewerker minder?
Het percentage aan premies is hetzelfde, maar het loon waarover je ze betaalt is lager zolang het minimumjeugdloon geldt. Op 1 januari 2027 gaat dat jeugdloon fors omhoog; hoeveel, staat in ons artikel over het minimumjeugdloon in 2027. Reken bij jongeren daarom met het loon dat ze over een jaar verdienen, niet alleen met het loon van nu.
SocialFind schreef dit artikel aan de hand van de tarieven van de Belastingdienst en de pagina's van de Rijksoverheid, nagekeken op 27 oktober 2026. Het is een rekenhulp, geen loonadvies; je salarisadministratie heeft het laatste woord. Waarom wij zelf geen kosten per aanname publiceren, lees je bij onze cijfers en in hoe wij met resultaten omgaan. Wil je dit soort artikelen in je mailbox, schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief
Wat wij tegenkomen in ons werk voor werkgevers, kort samengevat in één mail: nieuwe artikelen, cijfers over de arbeidsmarkt en wat daar praktisch uit volgt.